maandag 26 juli 2010

Een onverwachte gebeurtenis (2)

Ik schrijf dit alles niet op om zielig te doen, of om aandacht te trekken. Ik ben gewoon erg blij, dat ik het allemaal kan beschrijven, het letterlijk letterlijk na kan vertellen. ik probeer zoveel mogelijk te lezen, te schrijven en te begrijpen. Het is een dubbele oefening voor me. Zowel het zo snel mogelijk mijn taalvermogen terug krijgen als het proberen te begrijpen wat er gebeurd is. Ik wil me verontschuldigen als het onderstaande verhaal geen kop of staart heeft, De tekst is wat lang geworden en het vermoeit me nog te veel om een lange tekst in zijn geheel te overzien. Vergeeft u het me als het een volkomen onwetenschappelijk betoog is.

Hoewel ik zondag in het ziekenhuis geen woorden kon formuleren of complexe concepten kon vormen, was ik me goed bewust van mijn situatie en wat me overkwam. De arts liet me een polshorloge zien en ik wist precies wat het was, waar het voor diende enzovoort, ik kon alleen de dingen geen woorden geven. mijn bewustzijn was volmen helder en transparant.

Genesis 2:19 - "Toen vormde hij uit aarde alle in het wild levende dieren en alle vogels, en hij bracht die bij de mens om te zien welke namen de mens ze zou geven: zoals hij elk levend wezen zou noemen, zo zou het heten."

Deze passage in de Bijbel heeft me altijd geïntrigeerd. Het leek me altijd een kinderachtige bedoening, een soort circusact, waar god dieren uit een hoge hoed tovert en Adam als een kirrend en gelukkig kind allerlei woorden verzint voor die vreemde, pasgeschapen wezens: Okapi, kakkerlak, pimpelmees, roodbilmakaak, Certhia brachydactyla, enzovoort... een onmogelijke klus voor een mens, zeker als de god wezens sneller schept dan er een naam voor verzonnen kan worden.

Ik heb vermoed in die teksten echo's van de ontwikkeling van de vroegste mensheid, onze eigen prehistorie. Vervormde en mismaakte verhalen, vage aanduidingen, te fragmentarisch om er brood van te bakken, misvormd door interpretaties en propagandistische of onbewuste verdraaiingen. Zo zag ik in het verhaal van de vrucht van goed en kwaad de verwijzing naar de tijd, dat de mens zijn verstand begon te gebruiken, leerde onderscheiden (discrimineren!) tussen het een en het ander, en er een evolutionaire stap werd gezet naar de rede, weg van de droomstaat van het dier, en in de richting van kennis en meer (zelf)bewustzijn en rede (altijd hevig bestreden door alle goden en demonen, zoals de bijbel (o.a) daar voortdurend verslag van doet.)


Zondag in het ziekenhuis viel me bovenstaande passage in en hoe belangrijk de taal in de menselijke evolutie is geweest en nog steeds is. Het voor zover ik weet de enige plek waar het ontstaan van de menselijke taal wordt aangeduid.

Namen en woorden.
Met namen en woorden kregen wij, mensen, macht over de dingen.
In het woord "vuur" zit alles van het vuur verborgen. De vernieting, de hitte, de vlammen, de verwoesting, zowel als de weldadige koestering en ook de manieren om ermee om te gaan.

Het woord is "vuur". Het woord is macht over het vuur.

Misschien was het in grotten als in Altamira en Lascaux, waar door de medicijnmannen, de geheime kunst, dat nieuwe vermogen werd onderricht: Het benoemen en het verbeelden van de wereld. Met het tekenen en benoemen van een "buffel" kregen we macht over dat beest en zijn lot, door de namen kregen we grip op de verschijnselen om ons heen. Benoemen werd tegelijk bezweren. Met woorden konden we samenwerken in de jacht, ons beschermen tegen de gevaren en met woorden ontstond een werkelijkheid naast die van de dingen en gebeurtenissen, een zelfgeschapen abstracte wereld. Een parallelle wereld bestaand uit woorden, namen en concepten, een wereld waarin zelfs abstracties namen en woorden kregen. "God" is een woord. "Steen" is een woord. Ik noem je naam en jij reageert daarop. Niet op een willekeurige klankvolgorde, nee, die specifieke samenstelling van klanken: dat ben jij.

We zijn een heel eind gekomen.
Het lijkt alsof we in twee werelden tegelijk leven.
Onze wereld en ons wereldbeeld wordt gedomineerd door woorden.
Alle sociale interactie vindt plaats dmv woorden. Is er iets in de wereld om ons heen of binnen ons dat geen naam heeft of woorden heeft om het te omschrijven? Het kleinste botje in je lichaam heeft een naam. Alles om je heen van huis tot wolk heeft een naam, van het stiksel in je matras en de vezels en de moleculen daarvan, tot aan alle waargenomen objecten en melkwegstelsels in het heelal en dagelijks komen er honderden, mischien duizenden namen (al zijn het objecten als XD-327 of een nieuwe EU-norm) bij.

Maar ook in abstracte zin wordt ons leven omsponnen door een web van woorden. Alles wat we buiten de eigen waarneming van de wereld kennen komt tot je door woorden. In boeken, de kranten, tijdschriften, de commentaarstem van de nieuwslezer, de analist van gebeurtenissen. Alle kennis van de mensheid is opgeslagen in woorden, in namen, in de een of andere taal, van brailleschrift tot wiskundige formules. Al het onderwijs wordt in woorden gegeven. Zonder woorden geen wetenschappelijke ontwikkeling, zonder namen en woorden geen geschiedenis, geen collectief geheugen. Zonder woorden geen internet, geen computers, geen maanlandingen.

Woorden, namen en omschrijvingen beheersen ons leven. De wetboeken bestaan alleen uit woorden, alle verdragen en afspraken tussen mensen en naties: niets dan woorden. Moeiteloos gaan we met dit instrument om en we stellen op dezelfde plaats als de echte werkelijkheid. Waarheid en leugen worden alleen maar in woorden gemanifesteerd. Schoonheid en lelijkheid worden zowel in een scheld- en vloekpartij als in een gedicht verwoord. En altijd geldt nog: het woord is machtiger dan welk zwaard dan ook.

Afgelopen zaterdag raakte ik mijn taalvermogen kwijt. Aangezien ik ook zonder woorden, namen en complexe logische concepten volledig bij bewustzijn was en alles net zo helder begreep als anders, zou het heel goed kunnen, dat ik door had kunnen leven, zonder dit wonderlijke vermogen, dat door vrijwel iedereen voor vanzelfsprekend wordt gehouden. Ik zou kunnen lopen, en fietsen, simpele boodschappen zou ik wel op een briefje kunnen (laten) schrijven. Van honger zou ik dus niet omkomen en ik zou zelfs een redelijk gezond leven kunnen leiden.

Maar ik zou wat de mens tot mens maakt zijn verloren. Mijn macht over mezelf en de wereld zou ik kwijt zijn geweest. Mijn handvat voor het hanteren van de wereld zou weg zijn. Het enige wat me dan nog zou resten zou contemplatie zijn. Gelukkig was deze deur maar even dichtgedaan en bleef er een kiertje open. Of de deur nu weer helemaal open gaat weet ik niet. Hij klemt nog wat volgens mij, maar iedere dag draait hij weer soepeler in de scharnieren.

Voor het behoud van dat magische vermogen wil ik in eerste en laatste instantie Prof. Drs. G. B. J. van Frikschoten bedanken. Ik heb aan zijn snelle inschatting en reactie mijn (menselijke) leven te danken en dankzij hem kon/kan ik het bovenstaande weer schrijven. De mensen in mijn omgeving weten hoeveel het schrijven voor me betekent. Ik heb daar geen woorden voor. (zo zie je, zelfs voor sommige dingen zijn geen woorden.)

Verder wil ik iedereen bedanken die gereageerd heeft, hier en elders en ook via Email. Dat heeft me echt een hart onder de riem gestoken

En kijk eens: we zitten er midden in: De oorlog is gaande, hier en nu in Nederland woedt een oorlog van woorden. Multiculti tegen bescherming van eigen waarden. Post-modernistische gevaarlijke lariekoek tegen het gezond verstand. Met woorden wordt het protocol in Den Haag afgedraaid, de macht van het land hangt af van formuleringen, formules, bezweringen. Net zo lang gepraat tot een woordendraad wordt geweven, die de druk van andere woorden kan weerstaan. Wie heeft het Laatste Woord? Eigenlijk gaat het nergens om. woorden, ijler nog dan lucht. Maar toch gaat het om iets essentieels en iets wat grote waarde heeft. Het is waarheid tegen leugen.

Jullie reageerders zijn het die het verschil uitmaken in het huidige internettijdperk'dit precaire tijdsgewricht. Jullie zijn degenen in de voorhoede van het gevecht en ik weet zeker, dat de beste woorden zullen winnen. Als er tenminste strijd wordt geleverd. Anders blijven we met leugens en valse berichten en redeneringen voor andermans karretje gespannen. Ik hoop dat jullie toetsenbordtijgers blijven grommen en je nagels en slagtanden tonen en je niet laat kennen. Ook als ik zelf mijn begripsvermogen voorgoed zou verliezen, zou het mijn wens zijn, dat jullie de (verbale) wapens blijven hanteren en er steeds beter in worden. We leven volgens mij namelijk in een tijd van grote veranderingen. Of dat goed of slecht wordt is denk ik aan de mensen zelf. Ik wens iedereen het beste.

Met vriendelijke groeten

PS:
Paul van Ostaijen:

Marc groet 's morgens de dingen

Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem
ploem ploem
dag stoel naast de tafel
dag brood op de tafel
dag visserke-vis met de pijp
en
dag visserke-vis met de pet
pet en pijp
van het visserke-vis
goeiendag

Daa-aag vis,
dag lieve vis
dag klein visselijn mijn

----------------------------------------------------------

zie

Een onverwachte gebeurtenis (1)

Een onverwachte gebeurtenis (3)

zaterdag 24 juli 2010

Een onverwachte gebeurtenis

(Mijn excuses voor eventuele fouten in zinsconstructies en zo.)

Verleden week zaterdag vrijwel op dit zelfde tijdstip, rond half tien 's avonds gebeurde er iets vreemds. De rechterkant van mijn lichaam verdween toen ik aan de eettafel stond. ik liep wat onzeker naar de bank en daarna naar het bureau aan de computer, waar de volgende e-mailwisseling ontstond.
---------------------------------------------------------------------

Op 17 juli 2010 21:31 schreef DG het volgende:
Subject: Re: brietjej

er gaat iets fout is met je, mijn verlamd is rechts kant . Ik kan niet trouwens praten en goed niet goed schrijven, ik schrijf verkeerde lijkt lastig lijk mij schrijf ik verkeerde letters, dit is geen grapje, ik ben bezorgd wat moet ik doen, misschien een misschien wat een lichte beroerte heb? Hoop dat ik het weg gaat. Hoe hieronder:

Op 17 juli 2010 21:34 schreef F. het volgende:

112 bellen. NU!
En voordeur openen! mail je tel nr. als je kan


Op 17 juli 2010 21:38 schreef DG het volgende:

voordeur?

06 xxxx xxxx

Erg moeilijk te schrijfe, schrijf lechten ander woorden dan ik intentie, zoals zo iets. onzin woorden anders letters en woorden ertussen

eallangs idioterie

From: F.
Sent: Saturday, July 17, 2010 9:42 PM To: DG Subject: Re: brietjej

bel 112 Je nummer klopt niet. 112 weet waar je woont en wat er aan de hand is. BEL 112

Op 17 juli 2010 21:46 schreef DG het volgende:

even wachten. gevoeligheid gaat weg.

From: F. Sent: Saturday, July 17, 2010 9:48 PM To: DG Subject: Re: brietjej


NU BELLEN DG! 112. DIT GAAT NIET OVER. JE HEBT EEN BEROERTE.

Op 17 juli 2010 21:51 schreef DG het volgende:

ik heb gebeld

F. schreef:

Ambulance is onderweg hoor ik net. Hou vol maatje!

-----------------------------


Wat er gebeurde maakte geen indruk op me, het liet geen impressie na. Na mijn eerste mail ben ik gaan douchen in de hoop dat het over zou gaan. Na vijf of tien minuten kwam ik uit de douche en las ik het dringende antwoord van F. Maar ik kon geen woorden of begrippen vormen. Ik ben naar buiten gegaan en heb bij de buren aangebeld, maar die dachten dat ik dronken was en zeiden dat ik lekker naar bed moest gaan. Ze deden de deur voor mijn neus dicht. Toen ben ik naar boven gelopen en heb ik mijn telefoon gepakt, na nog een dringende mail van F. Ik belde 112. Een stem vroeg me wat voor dienst ik wilde en ik wist "ambulance" te formuleren, plus "Amsterdam". Daarna kreeg ik de ambulancedienst. Mijn straatnaam wist ik te zeggen, maar voor het huisnummer ben ik naar de straat gelopen. Ik was er niet zeker van, omdat ik F. ook een verkeerd telefoonnummer had gegeven.

Ik ben in de deuropening blijven staan en twee minuten later kwam een ambulance met gillende sirenes de straat in. De ambulancebroeders stapten uit en terwijl de ene vroeg of ik gebeld had klapte de andere een brancard uit. Ik mocht uitleggen dat ik niet kon praten, mocht gaan liggen, werd de ambulance ingeschoven en met zuurstof in mijn neus vertrokken we weer met jodelende sirenes richting ziekenhuis.

(Wordt gelukkig nog even vervolgd?)

Bij de afbeeldingen:
Afb 1:De tijden bij het doktersrapport kloppen niet. Ik dacht dat er veel langer overheen was gegaan. Rond half tien begonnen de symptomen en hooguit om tien uur, eerder vijf voor tien kwam ik de polikliniek binnen. 24 minuten. Als ik meteen gereageerd had, was ik binnen 10 minuten in de ziekenhuis geweest... Dank overigens aan de moderne communicatiemiddelen. En Beatrix zeggen dat het zo'n oppervakking medium is. Mevrouw, het redt mensenlevens.
Afb 2: Vanaf zondag begon ik meteen alles te proberen weer uit te spreken, de woorden weer aan elkaar te timmeren ("ta-fel", "zus-ter", van alles wat ik zag probeerde ik weer de woorden van te maken) en ik had papier gekregen waar ik probeerde (vrijwel nog vruchteloos) alles weer op te schrijven, waarvan akte.

Zie:
Een onverwachte gebeurtenis (2)
Een onverwachte gebeurtenis (3)

woensdag 21 juli 2010

Every dawn a heart is forged

MARC BOLAN 1947-1977

A Day Laye




Every dawn of our lives a heart is forged
And linked with lore to one so similar
Born with blessed life dust
Stored beneath its soul
To bless and pass onto its children


Even though the wind may blow it all away
Don't you ever worry 'cos I'm your friend

woensdag 7 juli 2010

zondag 4 juli 2010

Zeg maar wat ze willen horen

De Dagelijkse Standaard is het enige weblog dat ik ken, waar reacties zonder opgaaf van redenen klaarblijkelijk willekeurig gewijzigd en verwijderd worden. De laatste tijd worden er om voor mij onverklaarbare redenen reacties van me verwijderd. Mijn suggestie op de open draad, dat ze een favicon zouden kunnen maken werd verwijderd, maar ze hadden de volgende dag wel een favicon.

Nu wordt de laatste tijd de site steeds meer overspoeld met sport. Ik heb een grondige hekel aan deze opgedrongen massahysterie die het hele maatschappelijke leven moet overheersen en maakte dit kenbaar. Maar twee achtereenvolgende reacties werden verwijderd en vervangen door lofzangen van de redactie. Ik heb dan maar een laatste reactie geplaatst, die ook wel verwijderd zal worden, dus zet ik hem ook hieronder neer:

"Ik vind het niet erg dat jullie kritiek van mijn kant weghalen en ook niet dat je mijn suggesties voor verbeteringen weghaalt en dan de verbeteringen wel doorvoert. Als ik een nieuwe schrijver op DDS beledigd heb, dan spijt me dat. Het was niet persoonlijk bedoeld, maar ik wilde mijn afkeuring uiten, dat DDS zich ook overgeeft aan de opgedrongen sporthysterie. Maar als jullie niet tegen kritiek kunnen, sluit dan gewoon de reactiemogelijkheid af. Of wil je alleen slijmers aan boord?"

Het is een naar idee om op een artikel te reageren en niet te weten of het wel PPC (plaatselijk politiek correct) is en in de wetenschap dat er willekeurig in geknipt kan gaan worden of het geschrevene zonder verklaring verwijderd. In hoeverre kan men de reacties daar dan nog serieus nemen? Zijn ze daar zo bang voor woorden? Voor kritiek? Ik vind het vreemd, dat men met al die angstige voorzorgsmaatregelen zo snel zijn toevlucht zoekt tot verboden woorden en het censureren of gewoon verwijderen van onwelgevallige bijdragen aan een discussie. Hoe zuiver is de discussie daar nog eigenlijk en loopt men niet het gevaar in een steeds kleiner cirkeltje rond te gaan draaien? Een organisatie die niet openstaat voor kritiek wordt decadent.

Woorden zijn geen dolken en zelfs schelden doet geen zeer. Maar de Nederlander schijnt banger voor woorden te zijn geworden dan voor iets anders.

zaterdag 3 juli 2010

Gesprekken met Gabriël (1)

Door Prof. Drs. G. B. J. van Frikschoten en D. G. Neree. Zie Amsterdam Post


Op een avond werd er gebeld en hoewel ik 's avonds gewoonlijk niet voor onverwacht bezoek open doe, liep ik naar de voordeur en opende die. Voor me stond een man van middelbare leeftijd, goedgekleed maar niet overdadig, met een vriendelijke glimlach op het gezicht.

"Goedenavond", zei hij en stak een hand uit die ik schudde. "Mijn naam is Gabriël Beaude. Bent u XXX?"

Verbaasd keek ik de man aan. Hoe wist hij mijn schrijversnaam? Even voelde ik een vlaag van bezorgdheid. Alsof de man het aanvoelde hief hij in een bezwerend gebaar zijn hand op en deed geruststellend een stap terug.

"Wees niet bevreesd!", sprak hij. "Ik ben gezonden om kennis met u te maken en te zeggen dat wij met instemming uw teksten lezen. Ik wilde u iets vragen. Vindt u het erg als ik even binnenkom?"

Wat een vreemde vraag. Onderzoekend bekeek ik hem. Wat zou hij in zijn schild voeren? De man scheen geen kwaad in de zin te hebben en aangezien ik op dat moment niets te doen had, liet ik hem binnen en nodigde hem uit op de bank plaats te nemen.

"Wilt u iets drinken? Koffie misschien? Iets fris wellicht? Fanta, Coke?"
Vriendelijk lachte hij me toe en schudde het hoofd. "Nee, dat heb ik niet nodig. Ik neem niet. Ik breng slechts."
"Oh, Jezus, een verkoper!", wist ik nu zeker en had terstond spijt dat ik hem binnen had gelaten. Hoe kreeg ik die er ooit weer uit? Dat zul je altijd zien. Met zalvende praatjes toegang verschaffen en dan zit je er mee opgescheept. Bij nader inzien zag 'ie er ook wel raar uit. Het leek wel of hij licht uitstraalde. En dan die haren tijdens dat nee-schudden tegen de drank. Gelijk een vertraagde opname van een waaier gouden draden. En dat zat hier op de bank!

Net toen ik hem wilde zeggen, dat ik niets nodig had en niet van dergelijke verkooppraatjes gediend was, stond hij op en trok tot mijn schrik een zilverglanzend zwaard uit zijn mantel en hief het op naar de hemel.

"Ik ben een engel Gods en wij hebben internet!"

Bij het zien van dat zwaard wilde ik naar de deur lopen, maar met een sprong versperde hij me de weg.
"GA ZITTEN!"
Zijn ogen schoten vuur en er zat niets anders op dan zijn bevel te gehoorzamen. Shit, een gek! Die ging me afmaken! Maar alsof hij mijn gedachten geraden had, zei hij luid: "Nee, ik doe je geen kwaad, integendeel. Maar jullie mensen moeten eens een keer goed luisteren als je wijze raad krijgt. Elke 500 jaar moet er goddomme weer een nieuwe profeet komen om jullie op het rechte pad terug te brengen en wat doen jullie? Hij heeft zijn kont nog niet gekeerd of je verdraait en vervalst zijn woorden en maakt er weer een puinzooi van."

Hij ging op de bank zitten en begon geïrriteerd met de punt van het zwaard zijn nagels schoon te maken.

Langzaam kreeg ik mijn tegenwoordigheid van geest weer terug. "Maar wat heeft dat met mijn stukjes te maken? Ik geloof niet eens meer in God. Het is dat jij net aanbelde en hier in vol ornaat je manifesteert als engel, maar ik was er juist klaar mee, met dat geloof. En nu dit. En hou eens onmiddellijk op met dat machtsvertoon met Star Warszwaarden en zo want daar ben ik helemaal niet van gediend. Wat kom je doen en wat heb je te vertellen? Ik ben niet de klachtenafdeling van de Hema dus hou je een beetje in tegen mij. Je was toch zo enthousiast over mijn stukjes op dat internet dat jullie daarboven hebben? Vertel het maar. Of moet je eerst een borrel? Ik hou niet van dat theatrale overspannen gedoe. En doe je voeten van mijn salontafel!"
"Heheheh... sorry."
Met een verlegen glimlach haalde zijn gelakte schoenen van de tafel. Toen vouwde hij het zwaard op tot een pakketje ter grootte van een portefeuille en stak het in zijn binnenzak. Op mijn verbaasde blik antwooordde hij:
"zijt gij verbaasd over deze dingen? Welnu, ik zal u dingen tonen die geen mens voor u gezien heeft en geen oor nog ooit gehoord."
Ik begon er nu een beetje genoeg van te krijgen.
"Ok, je bent een engel van de hoogste god en komt me iets brengen of vertellen. Ik wil je verzoeken dat dan ook te doen en dan weer op te hoepelen. Ik heb nog meer te doen vanavond. Wil je nu die borrel nog of niet? Ik anders wel. Jezus..."

Ik stond op draaide me dan om om naar de keuken te lopen, maar nadat ik de eerste stap gezet had, zag ik vanuit mijn ooghoek een snelle beweging en voordat ik kon reageren werd mijn rechtervoet, die net van de grond kwam, naar links geschopt, zodat die tegen mijn linkerkuit kwam en ik met mijn volle gewicht naar voren stortte.

Ik strekte mijn armen in een reflex naar voren om mijn val te breken, maar in plaats van de vloer te raken, leek ik er dwars doorheen te gaan. Ik bevond me plots in een oneindige ruimte en leek omlaag te vallen, maar er was niets om beweging of snelheid aan af te meten. Bijna gelijktijdig was het of er diep onder mij een enorme fontein als een lavastroom van licht opwelde, die steeds dichterbij kwam, tot ik erdoor omgeven werd en ik me omringd zag door een zee van licht, afkomstig uit wat een onzichtbare, centrale bron scheen. Maar het was geen licht, zoals dat van de zon, maar iets helderders, zuiverder, niet alleen licht, maar een geluidloze, stille storm van bewustzijn, kracht, liefde en kennis. Terwijl ik gebiologeerd naar de bron ervan staarde, die maar op bleef wellen, voelde ik een aanwezigheid , die ik herkende als Gabriël, hoewel hij niet meer was dan een indruk en een geluidloze stem.
"Kijk daar, XXX, de bron van alles wat bestaat en het enige wat echt bestaat. Buiten dit licht bestaat er niets, alles komt eruit voort en alles keert er in terug. Als het zou doven, zou het heelal en alles daarin verdwijnen als een nevelflard. Maar hoe zou dat ooit kunnen? Het is immers het zijnde zelf?"
Ik keek naar de bron van het licht dat ons omringde en doordrong en zag dat wat hij zei waar was. Dit licht gaf iedere atoom bestaansrecht en ieder wezen het leven. Geluk, kracht en goedheid maakten het wezen uit van dit licht, eeuwig en onverwoestbaar, zonder gelijke en zonder grenzen of beperkingen. Een extatisch verlangen maakte zich van me meester om naar die bron toe te gaan, in de wetenschap dat ik die nooit zou kunnen bereiken. Maar op het moment dat ik aan de neiging toe wilde geven en me naar beneden wilde storten werd ik ergens door vastgegrepen en naar achteren getrokken.

Ik sloeg mijn ogen op en bleek op de bank te liggen. De kamer was verlaten. Op de salontafel lag een beschreven vel papier.

(wordt vervolgd)