maandag 13 september 2010

Ik had twee koeien

Ingezonden.


Ik had twee koeien. Ja, ik HAD twee koeien. Ik heb die laten verdrinken in een sloot, niet zo ver van waar ik woon. Beu was ik ze, beu zeg ik u! Ik was eens op stap met die twee koeien. Twee Vlaamse koeien. Niet zo ver van waar ik woon. U weet wel, de ene laat zijn hond uit, de andere bindt een leiband om de nek van een schaap, dus waarom zou het niet met twee koeien kunnen?

De ene liet drek achter midden op een smal baantje ergens ter hoogte van dat stomme dorp waar eigenlijk slechts van die stereotiepe, achterlijke, boerse mensen wonen. Om nog maar te zwijgen over het begrip "mensen".
Een auto of twee achter mij. Uiteraard heftig aan het claxonneren. Of het nog niet genoeg was moest die ene wagen per se in de stront rijden. Ik zei natuurlijk niets. Waarom zou ik? Ik zou het liefste van al nog rondlopen in een wereld met enkel en alleen... twee koeien. Geen verkeer, geen zure mensen, niks van dat! Alleen ik en mijn twee koeien. Als ik er terug over nadenk schaam ik me er echt voor. We waren een paar honderd meter verder en opeens wou de ene koe niet meer mee. Er stond namelijk een grensbord dat aankondigde dat men de Belgische taalgrens overschrijdt. Ik vroeg waarom de koe het vertikte om door te lopen. "Weet je wat," zei hij, "gaan jullie maar verder. Ik maak rechtsomkeer, mij zie je niet in dat apenland van een Wallonië." Ik zei dat ik het flauw van haar vond en ging verder met de andere koe. "Koe!" riep ik de immer staan blijvende koe toe. "Als je bij de pakken blijft zitten geraken we gewoon nergens." De koe lachte me uit en zei vervolgens: "Doe jezelf en mij een plezier en maak ook rechtsomkeer, we vinden wel een andere wandelroute." Ik begon geïrriteerd te worden. "Jouw zin, maar ik ga verder, mét of zonder jou..."

Een paard in de aangrenzende wei, op Franstalig grondgebied had het dispuut opgemerkt en zei tegen me: "De koe heeft wel een punt. Nu geen zin, nooit meer zin. Als je werkelijk iets wilt veranderen aan die gedachte, moet je haar slaan met een zweep, zodat ze wél in de pas loopt en wél naar jou luistert. Maar persoonlijk wil ik echt niet samenwerken op die manier. Koeien en mensen? Het gaat gewoon niet samen. Laat staan een samenwerking met paarden. Goh, geen denken aan!" Ik stond verbluft van het feit dat het Franstalige paard kon praten. Een paard? Praten? Verdorie, dat maak je niet gemakkelijk mee in een leven. Misschien had hij wel gelijk, die hengst. Maar neen, hij kletste maar wat uit zijn nek. "Samenwerken met paarden is echter geven en nemen," zei het, "Koeien en mensen zijn gelijken. Zij bezien paarden als dieren die zodanig opgefokt moeten worden om vanalles te doen: last trekken, bereden worden, noem maar op, dat ze er gewoon dood bij neervallen. Een koe en een mens hebben dat lekkere leventje. Ze maffen, ze werken een beetje, ze vreten en ze maffen terug. Kan ik niet zeggen over mezelf hoor. Daarom verwacht ik ook een beetje een verdienste van jullie kant voor ons paarden. Een lichte vergelding voor ons die werkloos zijn gevallen in verschillende branches. Hoeveel mijnen moesten ze wel niet sluiten omwille van het verschuiven van het economisch centrum naar Vlaanderen? Hoeveel fabrieken werden wel niet geautomatiseerd door de opkomst van betere technologie? Wij vielen wel zonder werk hoor, beseffen jullie dat eigenlijk wel? Dan is het toch zeker wel normaal dat wij jullie vragen om een beetje bij te dragen aan onze schamele lonen en pensioenen."

De andere Vlaamse koe werd zo geërgerd over de uitspraken van het paard, dat zij fel begon te reageren. "Dikke flauwekul, paard! Jij hebt je altijd hoogmoedig gedragen tegenover ons. In het begin af aan was de taal jouw taal en niet de onze. Jij was de rijke bovenlaag die óns aanzag als de boerenkinkels en de werkers. Jullie hielden ons bewust dom, omdat jullie wisten dat wij in de meerderheid waren en dat mits wat meer kennis van onze bevolking een nakende revolutie zou komen. Tegen jou moesten we U zeggen. Naar jou moesten we opkijken. Jullie moesten we op handen dragen opdat jullie niet in de vieze modder van ons zouden moeten ploeteren. Zwijgen en werken. Of liever, zwoegen en sterven. Is het niet godgeklaagd dat jullie nu over ons klagen, terwijl wij al sinds 1830 over jullie zeuren? En kom al zeker niet met het argument af dat jullie zonder geld en werk zitten. Het is jullie verdomde eigen schuld. Wij kunnen er toch ook niet aan doen dat jullie geen organisatie hebben in de economie? Los het maar zelf op, of waarvoor dient die regering van jullie dan? Och, mij is het wat te veel. Ik keer terug samen met mijn vriendin die op Vlaamse zijde staat te wachten. Kom jij ook mee?"

De koe had iets insisterends in haar blik die zij secondenlang op mij aan het richten was. Ik gaf echter niet toe op dat aandringen: "Genoeg! Denk maar niet dat ik je zal volgen. Het is altijd weer dat zelfde liedje. Hoe is het toch mogelijk dat een onschuldige wandeling telkens weer uitloopt op een hevig steekspel? Kom gewoon mee over de grens en dan vinden we wel een café waar we even tot rust kunnen komen.” Het bleef even stil. De koe aan de Vlaamse kant keek twijfelend naar me. “Waarom wil je nu per se dat ik met jullie over grens ga? Is het gras soms groener aan de overkant misschien? Jij lijkt me een dikke overloper.” Ik werd het zat. “Nog eens een grote mond opzetten ook? Wel wel. Ik dacht dat ik jullie wel eens eindelijk kon overhalen om de stap naar deftig overleg te zetten, maar blijkbaar is dat plannetje mislukt. Kijk hè, ik doe het wel alleen. Paard, met alle respect hoor, maar die toegevingen kunnen niet blijven duren. Ten eerste moet dat onderwijs van jullie aangepakt worden. Geen behoorlijk onderwijs, geen behoorlijke toekomst.”
- “En wat versta je dan onder ‘behoorlijk’?” vroeg het paard.

“Behoorlijk wil zeggen goed genoeg onderwijs om tenminste evenwaardige capaciteiten te creëren bij afgestudeerden. Het kan toch niet dat jullie Nederlands als keuzevak hebben op de middelbare school, terwijl Vlamingen Frans op een niveau spreken waar zelfs jullie niet aan kunnen tippen? En er zijn echt te veel zaken om op te noemen. Als Vlaanderen nu echt had gewild, was het al lang onafhankelijk. Reken daar maar op. Wij, of ik althans, proberen discussies te voeren die allemaal voor jullie goedbedoeld zijn. Maar als de tegenkanting van beide partijen komt, dan kan ik helaas niet veel meer helpen. Ik wil niet leven in een land in ruzie met zichzelf, terwijl het zich reeds lang had moeten concentreren om de zaken die van belang hebben voor het volk. Pensioensparen, economie in het algemeen, hoe de werkloosheid bij jongeren aanpakken enzovoort. Neen, steeds weer over staatshervormingen, staatsbegrotingen, zich bekommeren om de EU in plaats van het Belgische volk zelf… Precies dat het alleen maar gaat om de politici, de staat, de koning, alles behalve het volk, dat ondertussen bijzaak is geworden. Daar gaan we toch niet voor? De Vlaamse zijde is ook niet de goeie zijde, neem dat van mij aan. Maar dat eeuwige gekibbel om wie nu de eervolste is is het laatste wat men kan verwachten van goede politici en ministers. Zij zijn het gezag niet. Wij, het gewone volk, zijn dat. Wij beslissen. En wij eisen dat dat gedaan is. We zijn het beu. We zijn die kortzichtige koeien beu, maar we zijn ook die tegendraadse paarden beu. De koeien brengen het zover dat er intern wordt geruzied, de paarden willen alleen maar toegevingen die ze niet krijgen, waarna ze ook aftrappen. Het is het niet waard. Die egotrippers moeten eens allemaal luisteren naar het volk in plaats van bureaucraatje te spelen en de mensen ondertussen de schatkist te laten opvullen. Ik haat het om mezelf Belg te noemen. Ik haat het om mezelf een Vlaming te noemen. Ik wil niet meedraaien in een maatschappij die constant om de tuin wordt geleid door verloren beloftes. Ik wil niet functioneren in een maatschappij die intern zo verbitterd is dat het absolute nulpunt al een aangename temperatuur is. Mij mag je vergeten, paard. Ik wil het beste voor jullie allemaal, maar als ik de kans niet krijg om iets aan die eigenwijze gedachten te veranderen, dan wil ik mezelf de verdere moeite besparen en geniet ik van de rest van mijn leven maar zonder jullie. Saluut en de kost.”

Er klonk gegiechel van de beide koeien, die beiden reeds aan de Vlaamse zijde stonden. Het Franstalige paard deed alsof het niets gehoord had en graasde met zijn rug tegen mij gekeerd, alsof het nooit tegen mij gesproken had. De twee koeien genoten van mijn ergernis, omdat hun gevoel van humor zo verdraaid ziekelijk was. Het zat er immers ingepeperd: denk anders, denk verkeerd, reken maar op geen steun. De maatschappelijke gedachtegang.
Intelligent is anders. Wie had zulke nietsnutten nu nodig? Nietsnutten waren het! Ik liep terug over de grens en liet het Franstalig gedeelte achter mij. De koeien volgden me en hadden nog steeds binnenpretjes. Even verder spande een kleine brug zich over een brede sloot. De sloot zag er diep uit en was ommuurd door een wal van ongeveer een meter hoog. Daar kon je niet gemakkelijk uit als je niet zwemmen kon. Het bracht me op een idee. Ik veinsde dat ik iets in het water zag liggen, naderde voorzichtig de oever en deed heel geheimzinnig. Vrijwel onmiddellijk kwamen de twee koeien nieuwsgierig kijken en bogen hun koppen over het water om erover te turen. Ik deinsde naar achter en mepte zo hard ik kon op hun achterwerk. De koeien schrikten wild, verloren hun evenwicht en stortten de sloot in. Ik bleef er niet op staan te kijken. Naar huis wilde ik.

In het taxiënde vliegtuig zag ik de typische bagageautootjes rondzoeven van en naar de vliegtuigen. Ik glimlachte om de zakenmensen die ongeduldig zaten te wachten op de boarding van hun vlucht, keurig met hun aktetassen op het zitje naast hen. Hoe zouden zij het gaan uitleggen aan hun multinationals dat hun land overhoop ligt. Zouden zij met een opgewekte stem trots zeggen dat ze Belg zijn? Geen idee.
Het vliegtuig was reeds snelheid aan het nemen op de taxibaan. Het steeg op en voordat het volledig werd omhuld met zware, dikke regenwolken, ving ik nog wat glimpen op van het land. Een beetje grijs. Daarna volledig wit.
Ik had twee koeien. Ja, ik HAD twee koeien. Ik heb die laten verdrinken in een sloot, niet zo ver van waar ik woon. Beu was ik ze, beu zeg ik u! Maar ik heb hen achtergelaten. Ik begin een nieuw hoofdstuk in mijn leven zonder die zorgen. Want ik vertrek naar een onbekend oord waar die problemen niet voorkomen. Problemen zal ik wel nog steeds hebben, maar dan wel fijne problemen. Problemen die discussies waard zijn.


Door CartoonistHenning. Zie Mensa Rerum

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen