Over de Westermarkt hing een halfbewolkte morgen, waar men zon en regen uit verwachten kon. De bloemenman bij de Lijnbaansgracht keek argwanend in de lucht naar de overdrijvende grijze watervloot. Omdat 'ie aan het eind van de Lindengracht stond kon 'ie ook weer als eerste weg. Dat had hij vroeger goed bedongen. "Nee", had de marktmeester nog tegen gesproken: "Je ken beter in het midden staan, want dan zijn ze al aan het kopen.
Daar hebben ze het geld al los in de zak!". En je had extra volk via het kruispunt uit de zijstraten. Maar daar betaalde je dan ook voor. Tevreden schudde hij de boeketten op met een geheim lachje om zijn mond.Het zou hem niet deren. "Een bossie ruikers moet je altijd als laatste kopen", had laatst nog een klant tegen hem gezegd. "Anders bennen ze verfromfraaid in je tas voor je thuis ben!"
Op het kruispunt van de Lindendwarsstraat stond een vrouw op leeftijd naast de peperbus te wachten.
"Meneer", sprak ze me aan, "weet u waar die bloemenman is gebleven die hier altijd stond?".
"Gaat het u om vaste planten of snijbloemen?", informeerde ik. Je wilt de mensen geen verkeerde kant uit sturen uiteraard.
"Nou, gewoon een bossie ruikers voor op tafel. Dat vindt mijn man zo gezellig op zaterdag.", legde ze uit. "Ik zelf ook wel hoor want wij hebben geen kinderen, weet u. Dan komt er niemand langs zo'n weekend. Vroeger hadden we nog een hondje. "Bender" heette die. Maar ja. Die's ook dood. En op onze leeftijd neem je geen nieuwe meer. Dan brengt zo'n bossie bloemen nog wat vrolijkheid."
Ik wees haar de juiste richting naar de bloemenman aan de kant van de Lijnbaansgracht. Ze pakte haar boodschappentas op en stak vastberaden over met volle tred.
Vanuit de Lindendwarsstraat vloog een jongeman op de fiets het kruispunt over. Naast hem rende een zwarte labrador. Hij scheerde rakelings langs de dame heen.
"Kutwijf! Kijk uit je doppen, man!", schreeuwde de jongen haar achterna. De hond rende voorbij, bleef staan en draaide zich om. Hij liep naar de dame toe en rook aan haar benen.
"Bender, Hierrrr!", klonk het aan het einde van de straat. De hond dribbelde verder en bleef met de staart tussen de poten achterom kijken. De dame keek de hond aan tot hij uit het zicht verdween. Het begon te regenen. "Ach, een nebbisj", verzuchtte ze en liep verder. De geur van pas gevallen regen op straatstenen wiste alles weg.
Frik
Bezoek ook eens Amsterdam Post