woensdag 21 maart 2012

David, leeuw en zeebonk in de lentezon


Lijnbaansgracht en het licht

Over geen enkele foto van de circa 30 die ik van de Keizersgracht maakte ben ik tevreden, dus dat laat ik even zitten. Het fotograferen van grachten is sowieso een wat saaie aangelegenheid en het is maar hoe het licht valt. Want dat maakt een foto volgens mij tot een min of meer geslaagde foto: de lichtval. Het is de lichtval die bepaalt wat er van de schoonheid die overal te vinden is wordt uitgelicht en het is het licht dat me heeft gesuggereerd om een camera te kopen en de plekken te registreren die het licht voor me uitkoos. Iets wordt vaak gezien in een fractie van een seconde en een halve minuut later of een halve meter meer naar rechts of links en het beeld is weg.

Van techniek weet ik niks. Ik laat het allemaal aan de automatische instelling van de camera over en achteraf werk ik het contrast waar nodig iets bij en probeer ik  de (het?) kleurzweem, waar dat zich voordoet te verminderen. Het nadeel van deze bewerkingen is echter, dat de scherpte van de details afneemt,  of liever, er een grovere korrel ontstaat. Met het accentueren van kleuren ben ik heel voorzichtig, ook omdat ik met wat minder fijne beeldbewerkingsprogrammatuur werk.

Geen Keizersgracht dus, maar de Lijnbaansgracht, omdat daar het licht viel.

klik voor 1600x900px

dinsdag 20 maart 2012

Keizersgracht (+ update/correctie)

Vanmiddag ben ik de Keizersgracht door de ogen van een amateurfotograaf gaan bekijken. Dat viel in visueel opzicht bar tegen. Het bracht me zelfs  in een anti-poëtische stemming, wat ongeveer zo zou gaan:

Keizersgracht, kale gracht
van de ringgrachten de meest saaie gracht.
Troosteloos staan de onopvallende notarishuizen
te zuchten,
onverschillig voor de mens,
gelijk in zon of schaduw.

geen leven op straat geen winkels geen arken,
zelfs geen doorgaand verkeer behalve
voor wie er moet zijn of parkeren

op het water waterfiets, plezier- noch rondvaart.

De toeristen zien geen reden
om van de drukke dwarsstraten af te slaan
onuitnodigend staan daar de strenge panden


Nou ja, enzovoort. Ik ben niet zo in de stemming om dat allemaal uit te gaan werken maar ik zal even kijken of er toch nog iets leuks zit tussen de plm 50 foto's die ik genomen heb. Er was trouwens ook iets met het licht. Het was allemaal erg vlak op visueel gebied. Een hemelsbreed verschil met de Prinsengracht, die bruist van leven en kleur.


Ik wilde de hele Keizersgracht aflopen, met als tussenstop nummer 553 op verzoek van aussie met haarn kar vol honden  (De hond is 1 van de dieren in mijn totem), maar dat huisnummer bleek dus niet meer te bestaan. In de plaats daarvan, staat op de hoek van de Nieuwe Spiegelstraat, de Amsterdams antiekstraat,) Staat nu een pand van Hogan Lovell, dat een aantal huisnummers heeft opgeslokt. De tand des tijds laat niets ongemoeid. Enfin, toen het eigenlijke doel van mijn wandeling niet meer bleek te bestaan, had ik er genoeg van en ben ik naar huis gegaan. Een volgende keer pak ik het laatste stuk Keizersgracht tot de Amstel om het verhaal compleet te maken.

Die volgende keer pak ik het anders aan en neem ik er meer tijd voor. Nu alvast een subliminaal erotische brugdoorgang en morgen kijk ik of er een korte serie te maken valt over deze gracht.

Update/correcties:
Spiegel Plaza is fout. Het moet zijn: Hogan Lovell International LLP, een internationaal advokatenbureau. Wat die in de Nieuwe Spiegelstraat te zoeken hebben is me niet duidelijk, zo tussen de antiekwinkels. Ook meende ik dat aussie een man is. Excuses daarvoor. Erg slordig allemaal en ik heb het aangepast.

Klik voor groot

Hoek Brouwersgracht Lijnbaansgracht.

Maar dan ook echt de uiterste hoek, hoewel de hoek feitelijk rond is.


maandag 19 maart 2012

Halsbandparkieten

In compositorisch opzicht geen opzienbarende foto, maar  toch wel aardig om te tonen, aangezien de kolonie zich door heel Nederland verspreid heeft en tot duizenden exemplaren is uitgegroeid.




zondag 18 maart 2012

Prinsengracht met Westertoren

Ik hou erg van foto's met tegenlicht. Als de contouren en details in de verte dan nog vervaagd worden door nevel, schept dat m.i. iets mysterieus.

klik voor groot formaat

Heiïge eerste lentedag in de Jordaan

Mijn aandacht werd getrokken door de nevel die de straat naar achter toe steeds vager maakt. De mensen in de straat voegen weer leven toe aan het beeld. Het was de eerste zonnige dag van de lente en de warmte zorgde voor de mist.

klik voor groot formaat

zaterdag 17 maart 2012

Mijmering

Zonder de man die over het water uitkijkt zou de foto een stuk minder interessant zijn. De locatie is Jan van Galenstraat, de brug over de ringvaart, met links het politiebureau Marnixstraat,


vrijdag 16 maart 2012

Vogelvriend

Prinsengracht

donderdag 15 maart 2012

Anachronisme

klik voor groot


dinsdag 13 maart 2012

Rembrandtpark: "De Hondjes" + update

"De Hondjes", 2  uitvergrote replica's van hoofdknikkende hoedenplankhondjes is naar mijn smaak een absurd uit de toon vallend object, maar met mensen erbij komt zo'n gemuteerd speelgoedbeest wat tot leven en levert het wel grappige beelden op. In de eerste foto schijnt de fietser verschrikt op te kijken naar het monsterlijke knuffelbeest en in de tweede schijnt de fietser zo snel mogelijk van dit gevaar weg te vluchten.
klik voor groot 1600x90000x900

Update 4/4/212

Wat er 1 tel na de opname hierboven gebeurde werd door Roye7777777 vastgelegd




Rembrandtpark: zes bomen

Even genoeg van gemartelde bomen. Deze groep staat er, op het ene omgevallen exemplaar na,  (nog?) iets steviger bij.

klik voor groot formaat 1600x900





Rembrandtpark boom 3

Deel 3 van de horizontale bomen

Vergeet niet op de foto te klikken.

Update: Nu ik die foto zo eens goed bekijk vraag ik me af waarom die bomen zo toegetakeld zijn.





Rembrandtpark boom 2

U vraagt zich misschien af, waarom publiceert hij die takkenzooi. Wel, het viel me op, dat de mooiste bomen in het Rembrandtpark horizontaal groeien Ze zijn als hardlopers voorover op hun knieën gevallen en vanuit die positie groeien ze verder Ze zijn een toonbeeld van onwrikbare levenswil en kracht. sierlijk en grillig dansen de takken om hun gevallen stam, als een mens die geslagen is door het leven en ondanks de stormen verder groeit.

Mooie vormen voor foto's dus. Een gemakkelijk leven levert niet snel een interessant beeld op.

 

Rembrandtpark Boom 1

Ik weet de laatste weken vanwege een acute schrijfmoeheid niets te schrijven, vandaar de rare gedichten, waarvan de laatste nog het minst serieus genomen dient te worden.

Ik wil daarom eens kijken of dat met die afbeeldingen hier net zo goed lukt als in Wordpress, maar ik vrees het ergste wat het formaat betreft.

Even gewandeld in het Rembrandtpark. Een prachtige voorjaarsdag. De madeliefjes staken hun kopjes al boven het gras uit en de katten zaten in de wilgen. De knoppen dus, niet de beesten. Enfin, vanwege de schrijfweerstand die ik ondervind laat ik het hier even bij.





zondag 11 maart 2012

Woorden zijn spionnen

Een week geleden was het opeens voorbij
Dat wat ik deed stokte
alsof iemand een stop uittrok

Ooit wilde ik gaan schrijven
welke malloot verzint zoiets?
Dozen vol papier
Dozen vol verdriet
Dat gun je de mensen niet

Toen ik ging dichten was de waanzin de poort naar de hel
Somber en bizar zijn de kelders van de geest
Wie met vol verstand zou daarin willen graven?
Wie zou zich aan die modder willen laven?


Woorden zijn spionnen die oorlog verwekken
Dat is hun doel, dat is hun taak
Goden en duivels dansen in de maat
en de geest hoereert met het duister

Het was opeens voorbij
Ik liep op straat en de regen waste alles weg






dinsdag 21 februari 2012

Als het rijmt



De winter hangt zwijgend te wachten op vertrek
Het is er nog te vroeg voor. in dit laaggelegen land
plegen meestentijds de seizoenen te dralen,
onwillig om te komen, onwillig om te gaan.


Ik wou dat ik een dichter was
zo één met sjaal en hoed en lange jas.
zo één met wilde, indringende ogen
zodat eenieder zegt: 'Hij is bevlogen'


Maar ik rommel maar een potje aan
met de wolken zwaar boven de dalen
als het rijmt is er immers niets aan de hand
en houd ik voor de rest liever mijn bek









maandag 20 februari 2012

Job Cohen bestreed met succes de hondenpoep

Vanmiddag liep ik in een voor mij vrij onbekende buurt. Op de hoek van een stille straat zag ik een tabakswinkel en liep ernaar toe om shag te kopen. De deur van de tabakszaak bleek op slot en op het glas van de deur was een briefje geplakt met "aanbellen".

Toen ik werd opengedaan vroeg ik aan de tabakenist of tabakenier, hoe heet dat, of dat ergens voor nodig was waarop hij zei dat hij al drie keer overvallen was.

"Zo is Amsterdam er dus aan toe", zei ik terwijl ik de tabak afrekende.
"Niet alleen Amsterdam hoor", antwoordde hij. "Heel Nederland. "Zelfs in de dorpen".

Buitengekomen sloeg ik een hoek om en daar viel mijn oog op een grote poster achter het raam van een woonhuis met daarop in schreeuwende letters "GEEN HONDENPOEP" boven de foto van een 3x vergrote hondendrol.


Het wekte een gevoel van vervreemding.

De één wordt 3 keer overvallen en beroofd en zijn buurman maakt zich druk over hondenpoep met een smerige foto voor zijn raam.


Terwijl er de laatste 10 jaar nauwelijks meer hondenpoep op straat ligt, dankzij de poepzakken en de hoge boetes, zijn daarentegen de roofovervallen omgekeerd evenredig in aantal en brutaliteit toegenomen, in een stad, waar dat voordien maar sporadisch voorkwam.

Ik dacht aan Job Cohen. Onder zijn burgemeesterschap is dit gebeurd. Hij heeft dat allemaal voor elkaar gekregen. De poep is weg.

Hij ook. Hij mag blij zijn als hij er met vergetelheid afkomt

dinsdag 8 november 2011

(G)een carrière

(Eerder gepubliceerd op Amsterdam Post, voor reacties (en foto van eigen hand) zie aldaar)

Ik wil de geachte lezer eens een persoonlijk verhaal vertellen.

Iets meer dan 20 jaar geleden ben ik gescheiden van mijn vrouw. Dat heeft me erge pijn gedaan. Ik werkte in die tijd op kantoor en het bedrijf waar ik voor werkte zat midden in de automatisering zodat er veel te doen was, Ik richtte me daarom volledig op mijn baan en draaide 'avonds en zaterdags overuren. Na driekwart jaar stortte ik in. Ik kreeg angstaanvallen, stemmingswisselingen, had een voortdurende verhoging van lichaamstemperatuur en leidde aan een algeheel gevoel van wanhoop en wat ik noem: een geestelijke mist. Ik kwam in de ziektewet en na verloop van tijd raadpleegde ik op advies van de huisarts een psychiater. Na enkele onderzoeken was zijn oordeel: overspannen en depressief. Ik kwam in de WAO terecht, maar in plaats van in therapie te gaan en (weer een nieuwe, waarschijnlijk experimentele) medicatie te slikken zoals me werd geadviseerd, besloot ik iets anders te doen. Ik besloot een voetreis naar Zuid Spanje te maken.

Ik regelde opslag voor mijn spullen (na een grondige opruiming van de meest deprimerende herinneringen, zoals foto's), kocht een goede kampeeruitrusting, zegde de huur op van mijn woning en vertrok uit Amsterdam.

Over de reis wil ik niets zeggen, daar gaat het verhaal niet over, maar in het anderhalf jaar dat ik weg was waren mijn depressiviteit, emotionele labiliteit en het geestelijke niemandsland verdwenen. Ik werd na terugkomst dan ook vrijwel direct goedgekeurd door de bedrijfsarts. Geen haar op mijn hoofd dacht er echter aan om weer op kantoor te gaan werken in de administratieve functies die ik voorheen had uitgeoefend. De gedachte aan de muffe, kunstmatige kantoren met iedere dag dezelfde handelingen, hersendode collega's en treiterige chefs maakte me lichamelijk onpasselijk.

Toen ik terugkwam had ik geen woning meer. een half jaar of daaromtrent woonde ik op een camping. Ik had de grootste moeite om woonruimte te vinden, want de wachtlijsten in Amsterdam zijn legendarisch, om niet te zeggen mythisch en in dit socialistische bolwerk staat onderhuur of met meerdere personen van een woning gebruik maken inmiddels  gelijk aan een halsmisdaad dan wel wordt het zwaar beboet/belast zodat vrienden of kennissen al lijkbleek worden en beginnen te sidderen als je vraagt of je een paar nachten kunt logeren. Zo houdt linkse politiek de woningnood in stand waar hun extremistische straattoepen zogenaamd tegen ageren. Maar ook daar wil ik het niet over hebben. Het lukte me in ieder geval om (voor onbestemde tijd en zwaar illegaal)  een zolderkamer te betrekken, zodat ik weer een basis had. Nog steeds had ik echter een hoop spullen in opslag en die wilde ik eigenlijk kwijt. De zorgeloze reis door Europa, zonder verplichtingen en zonder druk (door ambtenarij en maatschappelijke verplichtingen o.a.) had me doen inzien, dat ik niet mijn hele verleden met me mee wilde blijven torsen. Ik besloot alles te verkopen.

Ik begon met mijn boeken. Met wat ik mijn meest waardevolle boeken vond fietste ik langs de Amsterdamse boekenwinkels, maar ik kwam moe van het sjouwen en vernederd door de verkopers van een koude kermis thuis. De boeken waar ik het meeste waarde aan had gehecht, waren in de ogen van de boekhandelaren niet meer dat stront met een kaft eromheen en de schandalig lage prijzen waar ze mee wilden opschepen heeft me het respect voor deze bevolkingsgroep voor altijd ontnomen.

Na enige tijd kwam ik terecht op rommelmarkt X, een binnenmarkt. Ik bood enkele handelaren daar wat spullen aan (geen boeken) en de marktassistent, die dat opmerkte, vroeg me waarom ik niet zelf een tafeltje huurde. Dat leek me een goed idee en ik reserveerde meteen een stand voor de week daarop. Dat werd meteen een redelijk succes. De klanten gaven me betere prijzen dan de handelaren en ik hoefde niet meer de hele dag te sjouwen. Toen de week voorbij was huurde ik nog een week en de week daarop weer. Terugkijkend, kan ik stellen, dat ik in die tijd in een roes terechtkwam. Het was voor het eerst, dat ik zelf rechtstreeks geld verdiende, van hand tot hand. Het was misschien geen fortuin, maar het waren wel harde, klinkende guldens, tien keer meer waard dan een maandelijkse, altijd gelijke overschrijving naar de bank.

En eigenlijk begint het verhaal nu pas, want verkopen is maar één kant van de gulden en een Gulden of Euro met 1 kant is geen Gulden of Euro maar helemaal niks. Spullen die je verkoopt ben je kwijt. Om een handel voort te zetten, moeten de verkochte spullen vervangen worden nieuwe handel. Na een paar weken raakte ik door mijn 'verleden' heen en namen de inkomsten af. Ik kocht af en toe wel van andere handelaren, maar  een echt beginkapitaal bezat ik niet en de meeste winst ging op aan huur, eten en de dagelijkse behoeften. Gelukkig bracht de straat uitkomst. Toen ik op een avond naar huis fietste stond er een grote stapel huisvuil op de stoep, althans, vuil kon je het niet noemen, want er leek een halve woning op straat te zijn geweest. Dozen met serviesgoed, boeken, kleding in zakken en andere zakken met onbestemde dingen, die rammelden en beslist geen keukenafval waren. Terewiijl ik het bekeek, kwam er een man naar buiten en zei: "Neem maar mee wat je nodig hebt hoor, anders gaat het met de vuilniswagen mee". Dat was niet aan dovemansoren gezegd om dit cliché te gebruiken en na een kwartier duwde ik een zwaarbeladen fiets voort naar mijn straat, sjouwde alles naar boven en keerde terug voor een nieuwe ronde.

Die avond was pakjesavond. De vuilniszakken, plastic tassen, en dozen bevatten weer dozen en kistjes en hebbedingetjes, te verscheiden om allemaal op te noemen, van zaklantaarns tot  langspeelplaten, van een theelepelverzameling tot een tasje met bijouterieën, waaronder ook enkele zilveren sieraden. Nu ik het zo opschrijf lijkt het niet echt, maar ik verzeker u dat ik de koning te rijk was en de dagen daarop goed verkocht.

Dit voorval had me wel happig gemaakt en ik ging me erop toeleggen om op straat te zoeken naar bruikbare, verkoopbare spullen. Dit bleek een geslaagde onderneming. Iedere middag op weg van de markt naar huis, "deed ik de wijk" en kwam altijd wel met goede buit thuis, soms met een paar dingen, vaak ook was de fiets bij thuiskomst met tassen en dozen of kleine meubels en vreemde gadgets afgeladen. Ik zocht op wanneer het vuil in de verschillende buurten werd opgehaald en ging vrijwel iedere avond rond een uur of elf de betreffende wijk in en werkte dan systematisch alle straten af. Tussen 1 en 2 uur s nachts was het hele traject dan meestal doorlopen, afhankelijk van de vondsten en er ging geen nacht voorbij of mijn fiets kreunde en piepte aan het eind van de rit onder de last.

Nogmaals: ik kan niet beschrijven wat ik allemaal heb gevonden en als ik het wel zou kunnen, dan zou u het niet geloven. Ik heb gouden sieraden gevonden, antiek en schilderijen, Ik heb mappen met tekeningen en schetsboeken van een jong gestorven Nederlandse illustratrice voor de kaken van de vuilniswagen uit een stapel oud papier weggetrokken en op een veiling voor goed geld verkocht. In oud West had je in die tijd bovengrondse papiercontainers en daarvan waren de hengsels van de deksels kapot, zodat ik dat hele deksel kon openklappen. Daar heb ik hele bibliotheken uitgehaald, waaronder een joodse, met honderden jaren oude boeken. Maar ik zal hierover ophouden, want de lijst is eindeloos en ik dacht vaak: als er nu mensen in mijn huis komen, dan denken ze dat ik ergens heb ingebroken.

Het waren gouden tijden voor mij en langzaam raakte ik thuis in de markt. Ik vond dit een aangename manier om in mijn onderhoud te voorzien en bedacht, dat ik dit tot mijn dood vol zou kunnen houden. Mensen blijven immers altijd dingen weggooien was mijn gedachte. Maar zoals Prince zong: "All good things they say, never last".

Zo brak het nieuwe milennium aan en daaropvolgend werd de Gulden omgewisseld voor de Euro. Voor mij bracht de Euro alleen maar iets meer winst, want ik kon bij het omprijzen een aantal spullen, die ik tot die tijd voor veel te lage prijzen had verkocht iets scherper prijzen. Ik was immers gratis aan de spullen gekomen en had ze voor die tijd vaak veel te goedkoop weggedaan. Maar in die tijd is de klad erin gekomen. Misschien is de aanslagen in Amerika een omkeringspunt geweest, maar een combinatie van factoren maakte, dat  de handel vanaf die tijd in een neerwaartse spiraal terecht kwam. Een spiraal die nu, tien jaar later, nog immer neerwaarts gekeerd is.

Het begon met een gestage afname van het aantal klanten op de markt, gevolgd door een inflatie van de handelswaar. Aan de andere kant werden er steeds minder spullen aangeboden in het segment waar ik in werkte, de absolute onderkant van de markt. Ik ben geen econoom of statisticus, dus als ik de oorzaken wil vinden, kan ik alleen van mijn eigen situatie uitgaan. Op de een of andere manier raakte de doorstroming verstopt. Ik verkocht bijvoorbeeld veel aan de antiquairs en (professionele) verzamelaars en meer gespecialiseerde handelaren, die de rommelmarkten afstruinden op zoek naar 'klappertjes'. maar deze begonnen steeds minder graag geld uit te geven voor hun spullen, en te mopperen over van alles, zodat ik met dingen bleef zitten. Een gevleugelde uitspraak in die tijd werd: "Geld heb ik niet, maar Spullen....! Plotseling stortte de handel in, als een slow motion Trade Centergebouw.

De mensen gaven dus minder snel geld uit, werden kritischer en afhoudender. Een andere oorzaak van de afname van klanten was de absurd snel stijgende parkeerkosten, die nu in de binnenstad zo rond de 4,50 euro per uur liggen. Een tafel huren voor 7 uur kost dus al om te beginnen 31,50 euro. Dat heeft veel klanten en handelaren van buiten ertoe gebracht om de binnenstad van Amsterdam te mijden. En handel in een stad moet het hebben van handelaren en klanten van buiten. Onderling zijn ze wel uitgekeken op hun spullen.

Er zijn nog andere oorzaken van de neergang te noemen.

Het bestedingspatroon is veranderd. De jeugd geeft geld uit aan merkkleding, feesten en nieuwe electronische gadgets. In antiek is niemand meer geïnteresseerd lijkt het, men heeft blijkbaar liever het Jean De Bouvrie wegwerp minimalisme en dito IKEA troep. Waarom zou een tafel of een kast langer dan 5 jaar mee moeten gaan? In verband hiermee zie ik ook een einde van de trends. Er zijn op dit moment bij verzamelaars geen trends, geen dingen of stijlen die goed verkopen. Ik weet op dit moment namelijk niet wat ik naar de markt moet brengen en waar ik zeker van ben, zoals vroeger, dat ik het verkoop.

En dan het internet. Waarom zou je in weer en wind de stad afsjokken naar een bij je interieur passende schemerlamp als je dat thuis op je gemakkelijke stoel onder het genot van een kop koffie met een muisklik ook kunt vinden? Marktplaats, Ebay, Bol, en de talloze onlinewinkels, veilingen en zoekmachines brengen alle markten van de wereld naar je huiskamer. Maar niet alleen dat de markt een groot aandeel van de 'live' markt heeft overgenomen, ook bieden mensen hun spullen niet meer aan de handelaren op de markt aan, maar zetten hun zoldervoorraad  met fotootjes op Marktplaats, en door programma's als Tussen Kunst & Kitsch en de vele Engelse veilingprogramma's denkt men al gauw dat die oude, gammele, door de mot aangevreten stoel van Oma op zolder een antiek stuk is.
De beweging is eruit. Dan is er voor de manier waarop ik handelde nog een bijkomend verhaal. Mede door het internet, zetten mensen dingen niet zoveel meer op straat. Zoals gezegd: een foto'tje het staat op Marktplaats.

Ik zal proberen te beschrijven wat er op straat veranderd is. Ten eerste gooien de mensen dus niet zo.veel meer weg als vroeger. Ik denk dat de mensen wat aan het terugkomen zijn van de wegwerpmaatschappij. Ten tweede verdwijnt het huisvuil in Amsterdam in het grootste deel van de stad  tegenwoordig in ondergrondse containers. Dit mag triviaal lijken, maar is best een grote klap voor de morgensterren en de handelaren, die van dit onderste segment van de markt onverwachte dingen voor zich krijgen. Veel morgensterren verkochten hun gevonden waar aan de markten en de tweedehandswinkels van de stad en sommige van hun spullen stonden later, vaak nadat ze van hand tot hand waren gegaan, uiteindelijk in vitrines voor prijzen die zelf nooit zouden kunnen opbrengen. En als ik denk aan wat er allemaal ongezien onder de grond verdwijnt, dan bloeden mijn teennagels.

Naast deze vermindering van 'jachtgebieden' in de stad (en de toenemende schaarste van wild) vond er tegelijk een vermeerdering van de 'indianenpopulatie' plaats. Toen ik mijn dagelijkse rondes begon leerde ik alle morgensterren in 'mijn' wijken wel kennen en er was onderling een gemoedelijke sfeer. Iedereen had zo zijn specialiteit. De één zocht kleding, de ander koper en aluminium, een derde meubeltjes, niet zo scherp gescheiden, maar toch. Ik zocht het liefst naar papier. Boeken, prenten, ansichtkaarten, oude brieven... oud papier :), maar verder nam ik alles mee waar handel in zat. Zoals gezegd: de sfeer was gemoedelijk. Men gunde elkaar wat, ruilden dingen onderling en gingen niet in andermans vondsten graaien. Dat is de afgelopen tien jaar radicaal veranderd. Steeds meer mensen zijn gaan  zoeken en steeds meer om het geld. Het begon met de Turken, die waren altijd vriendelijk en beleefd, meestal oudere heren met baardje en calotje of hoe heet dat. Hun doel: alles waar knopjes en lichtjes op zitten en horloges. Van deze mensen had ik weinig concurrentie. Voor papier hadden ze geen interesse en van kunst of verzamelwaarde geen sjoege. Als ze een Jugendstil schemerlamp op straat zouden zien staan, dan zouden ze het gloeilampje eruit draaien, het snoer met de stekker afknippen en de lamp laten staan. Vriendelijke mensen dus, behalve in een groep, dan heb ik andere ervaringen. Maar er kwamen meer en meer jagers van onduidelijke herkomst. Uitheemse families geen woord Nederlands sprekend, zo uit een bergdorp van de andere kant van de wereld hier neergeplant, zo scheen het, die de stapels afval uit elkaar trokken en bewaakten alsof het hun kostbaarste bezit was en misschien was het dat ook wel.

En toen kwamen de Polen met hun busjes en andere oostblokkers, Brutale bouwvakkers, die je gewoon opzij duwden, alles wat maar enigszins waardevol leek in hun busjes gooiden en die zo de hele wijk schoonveegden. En tegelijk stegen de metaalprijzen. Koper ging in een paar jaar wegens grote vraag naar metalen in China van een stabiele 2,50 euro de kilo   naar de huidige prijs van rond de 8,50 euro/k. Idem dito met aluminium (om niet te spreken van goud en zilver). Het gevolg hiervan: alles waar maar een flintertje koper of aluminium aan zat werd uit elkaar getrokken of meegenomen en voor de zekerheid al het metaal eromheen ook.snoeren, schroeven, hang en sluitwerk, koperbeslag, alles wat je vond was kapot. Nu is de situatie zo, dat er de hele dag  busjes en bestelwagens door de stad rijden met bijrijders of met hele families. Als de ene de straat nog niet uit is dan komt de volgende de hoek al om. Daar kan ik met mijn fietsje niet tegenop. Eén van de laatste keren dat ik mij ronde maakte eindigde als anthithese van hoe het begon: Ik zag een stapel huisraad op straat, zette mijn fiets wat op een afstand tegen een muur en ontdekte een doosje boeken in de stapel. Wijs geworden, want ze rukken het tegenwoordig bijna uit je handen, bracht ik eerst die doos in veiligheid naar mijn fiets en toen ik me omdraaide om verder te zoeken, stopte er een bestelwagen en daar kwamen een gesluierde vrouw en twee kinderen uit, die als waanzinnigen aan die stapel begonnen te trekken, dozen omkerend en metaal eruit trekkend. na een halve minuut stopte er nog een bestelwagentje waar nog twee kerels uit kwamen en toen had ik het gehad. Het einde van een tijdperk.

En als laatste wil als grote sfeerbederver de politie noemen. De laatste jaren werd ik voortdurend aangehouden voor niks. Omdat het nacht was. Ik vertelde ze wat ik deed, maar altijd moest ik me legitimeren onder een vals bedenksel. Ik kon dat weigeren, maar dan zou ik een nacht op het bureau zitten. En dan? Wat heb ik daaraan? En al die boetes die ze opens meteen uit begonnen te schrijven. Geen licht (dat gaat met dit werk voortdurend kapot), fietsen op de stoep, allemaal gezeik. Altijd alles checken.
Maar goed, dit was mijn verhaal. Er zit niet echt een moraal of een lijn in
En nu? Van de rommelmarkt ben ik in die tijd 'opgeklommen' naar een 'luxere' markt, wat betekent: hogere prijzen, minder verkopen. Maar er komen geen klanten en die er zijn willen niet kopen en er zit geen beweging meer in. De oude rommelmarkten in Amsterdam zijn op twee na opgedoekt. De bronnen zijn opgedroogd. Het is afgelopen. Jammer maar helaas. Lezers die meer economisch onderlegd zijn dan ik en die dit relaas tot het einde hebben gelezen kunnen misschien zeggen of de neergang die ik heb meegemaakt zich over de hele linie heeft afgespeeld, of dat ik gewoon op de verkeerde tijd op de verkeerde plaats de verkeerde dingen deed. Het zal de combinatie wel zijn.

maandag 7 november 2011

Kristalnacht nu brutaal gekaapt voor politieke agitprop





(Overgenomen van Keesjemaduraatje)

Er worden dit jaar in Amsterdam twee verschillende kristallnachtherdenkingen gehouden. Eén georganiseerd door het Centraal Joods overleg om 17.00 uur in de Portugese Synagoge en daarna één om 19.30 bij de Stopera, georganiseerd door het Platform Stop Racisme en Uitsluiting.

Het platform is in feite een voortzetting van het Nederland Bekent Kleur van Rene Danen, dat zodanig in opspraak is geraakt, dat het de naam moest veranderen. De meest in het oog springende en meest omstreden organisatie in het platform is de trotskistische Internationale Socialisten, die met hun steun aan Hezbolah, Hamas, Gazavloot en het boycotten van Israel hebben laten zien dat ze geen Israelvrienden zijn. Om het maar zacht uit te drukken.

Er is nog een andere discutabele kant aan de tweede herdenking. Behalve dat Hamasvrienden zich hier verzamelen om de aanval op Joden in Duitsland van 1938 te herdenken, wat al behoorlijk krankzinnig is, is het ook een communistische bijeenkomst. Mevrouw Mirjam Ohringer, die als voormalig verzetsstrijdster het woord voert, heeft jarenlang vredescongressen in de Sovjet-Unie bezocht en was nog tot het allerlaatste moment, 1990, lid van de Vereniging Nederand-DDR. Dat wil zeggen, dat ze de discriminatie, opsluiting en deportatie van Joden naar Siberië, niet heeft bekritiseerd en indirect heeft gesteund.

De herdenking om 19.30 door de Hamasvrienden is geïnitiëerd door Anja Meulenbelt en Maarten Jan Hijmans. Twee niet onomstreden pro-Palestina activisten. Anja Meulenbelt was jarenlang getrouwd met een voormalige terrorist van de Fatah en schrijft nog steeds elke dag een stukje op haar blog over hoe fout Israël wel is. Maarten Jan Hijmans is laatst uit de Liberale Joodse Gemeente verwijderd, omdat hij ter gelegenheid van het optreden van de Israelische legerband Tsahal had gedreigd met het werpen van traangas.

Hoe kan het nou, dat het Platform Stop Racisme en Uitsluiting wel de Joodse doden van 1938 en de Holocaust wil herdenken, maar de levende Joden in Israel op alle denkbare manieren wil tegenwerken? De vraag stellen is hem beantwoorden. Ze zijn zo bezeten van de gedachte dat de huidige rechtse regering, met de PVV als gedoger, eigenlijk ook heel slecht is en op één lijn gesteld moet worden met de nazis in 1938, dat ze alles uit de kast halen om dat aan te tonen. Daarbij merken ze niet dat ze bezig zijn een nieuwe totalitaire ideologie te steunen. Namelijk de islam.

Het is helemaal niet onschuldig, deze vergelijking en het wordt nog erger als ze op hun website schrijven: "Vandaag de dag zijn tendensen te ontwaren die doen denken aan de jaren dertig van de vorige eeuw. Waren het in de crisistijd van toen joden die als zondebokken werden aangewezen, nu zijn het, in de huidige crisisjaren, vooral moslims." Dit is een onaanvaardbare vorm van vervangingstheorie, die probeert de moslims, met hun integratieproblematiek, op één lijn te stellen met zes miljoen Joden die in de Holocaust zijn omgekomen. Daarmee bezoedelen deze activisten de nagedachtenis aan de slachtoffers van de Holocaust.